Als het controlelampje
resp.
brandt, de portieren controleren en volledig sluiten.
resp.
brandt, de portieren controleren en volledig sluiten.
Als het controlelampje
resp.
brandt, de motorkap sluiten.
resp.
brandt, de motorkap sluiten.
Als het controlelampje
resp.
brandt, de achterklep sluiten.
resp.
brandt, de achterklep sluiten.